|
 
|

MOSTAR - SARAJEVO
Om van Mostar naar Sarajevo te komen zien we twee mogelijkheden: ofwel rechtstreeks over de drukke weg, ofwel met een omweg door de bergen. We twijfel heel even of de omweg wel mogelijk is, omdat onze (niet al te gedetailleerde) kaart op één punt geen aansluiting van wegen toont. Gelukkig helpt de GPS ons wederom uit de twijfels en vertrekken we na een lange regenbui in de mist richting het oosten.
Om in de bergen te komen, moeten we eerst bijna 1100 meter hoogte winnen. De klim richting Nevesinje is vrij regelmatig en doordat we tegen een berghelling op fietsen, hebben we al vrij snel uitzicht op het dal waaruit we geklommen zijn.
|
Vanaf ongeveer 800 meter zwakt de klim wat af en komen we in een Noors uitziend landschap terecht. De wind steekt op en met slechts een landschap van rotsen en lage struikjes om ons heen voelt het fris aan en mogen we flink doortrappen.
|
Vanaf de heuvel erboven ziet Nevesinje er nog wel aardig uit, maar als we beneden zijn lijkt het redelijk troosteloos. Misschien komt het door de wind en de mist, maar ons dorp is dit duidelijk niet. We hebben het koud (!) en stappen een cafeetje binnen. Er zijn alleen mannen en de alcohol vloeit al rijkelijk, maar de thee is warm en een man kan ons iets meer vertellen over de weg naar Konjic.
Vanaf het dorpje Luka zal de weg onverhard worden en de man betwijfelt of het wel te doen is met de fiets. Gelukkig hebben wij inmiddels heel wat ervaring met mensen die inschatten dat paden niet te doen zijn met een fiets, en dus trekken we ons dat niet echt aan.
|
Naar Luka is de weg inderdaad nog verhard en stijgt wat. We fietsen langs verschillende kleine dorpjes waar maar weinig gebeurt. Eens in het halfuur komt ons een auto voorbij of tegemoet. Als de weg onverhard wordt, is de 'ripio' eerst nog goed. Later, als de weg gaat klimmen, komen er meer stenen op de weg. We zien herdershutjes en ook af en toe een herbouwd huis. Als we op de 'hoogvlakte' komen, is het landschap kaal en zien we overal lage muurtjes van keien. We zijn dan op 1200 meter hoogte. Overal lopen paadjes en niet altijd is het even duidelijk waar we precies naartoe moeten.
|
Op een gegeven moment zien we weer grote elektriciteitspalen opdoemen en begrijpen we dat we weer dichter bij de bewoond wereld komen. We slaan rechtsaf een bos in en zien na een tijdje ver in de diepte een meer liggen. Op de kaart leek het alsof de weg langs het meer zou lopen en we hadden gehoopt hier te kunnen kamperen. Helaas blijft ons pad hoog en moeten we helemaal om het meer heen voor we op de 'grote' weg kunnen komen. Die leidt uiteindelijk naar Konjic, dat weer op slechts 300 meter ligt. Na een kort klimmetje dalen we dus voor de zoveelste keer kilometers lang af tot we weer bij de Neretva-rivier komen.
|
De volgende dag wordt qua fietsen de zwaarste maar ook één van de mooiste van deze vakantie. Heel kort fietsen we over de hoofdweg, tot we bij een benzinepomp een ongemarkeerd weggetje rechtsaf in slaan. Als we voor de zekerheid aan een man vragen of we op de weg naar Lukomir zitten, begint hij te lachen en te puffen: Lukomir, Lukomir, Lukomir! Hij roept zelfs zijn vrouw erbij, en verklaart ons zo'n beetje voor gek dat we daar met de fiets naartoe willen. Als we een kilometer verder onnoemelijk steile stukjes klim voor de kiezen krijgen, begrijpen we de reactie van de man maar al te goed. Al na slechts 15km. fietsen is het tijd om te lunchen. Hoewel het qua kilometers dus niet echt opschiet, is het wel ontzéttend mooi en genieten we volop!
Na de lunch komen we opeens bij een afslag waar wel een wegwijzer staat. Er is ook een waterpomp waar een vrouw met een grote jerrycan water aan het tappen is. In het gebied waar we nu in fietsen is pas de laatste jaren stromend water en elektriciteit aangelegd. De wegwijzers moeten het gebied aantrekkelijker maken voor toeristen, maar tot nu toe zijn wij de enige buitenlanders op het pad.
|
Pas als we vlakbij Lukomir zijn zien we wat andere toeristen, op de fiets en wandelend. Verder zijn er vooral schapen en wat herders. In het dorpje Brda zien we dat de weg weer verhard wordt, maar we hebben geen idee hoe ver het nog is naar Sarajevo. Omdat het al best laat begint te worden, proberen we of we in het dorp een slaapplaats kunnen vinden. Niemand spreekt Engels of Duits en met ons weinig Bosnisch dat we inmiddels spreken komen we niet dusdanig ver dat we direct een plek vinden. Dan ontmoeten we een jongen van een jaar of 14 die wel Engels spreekt. Hij en zijn vader verwijzen ons naar een berghut, een paar kilometer verderop. Daar zullen we zeker een slaapplaats kunnen vinden, volgens hen.
|
Eenmaal bij de hut ontmoeten we Hariz, de beheerder. We zijn vanavond de enige gasten en met handen en voeten voeren we een heel gesprek over Bosnië, de oorlog en zijn werk. Ook spelen we voor we gaan slapen een paar potjes kaart. Als het donker wordt en de aggregaat aan moet om wat licht te krijgen, duiken we onder de wol.
|
Om naar Sarajevo te komen, moeten we eerst nog een flink eind (1000m) afdalen. We fietsen langs het gebied waar in 1984 de Olympische winterspelen werden gehouden en zien voor het eerst een groot gebied waar mijnen worden opgeruimd. Een geel lint met 'mines / minas' erop geeft aan dat het gebied gevaarlijk is en op de weg staan niet alleen de busjes van de 'ontmantelaars', maar ook twee ambulances.
Om bij de camping van Sarajevo te komen moeten we nog een stuk over de snelweg. Die is behoorlijk druk, maar gelukkig kunnen we er redelijk snel ook weer vanaf. Als de tent staat en we hebben gelunched, besluiten we direct naar Sarajevo te gaan. We nemen de tram en stappen per puur toeval precies bij de juiste halte uit. Het toeristisch centrum van Sarajevo bestaat eigenlijk maar uit een paar straten. We proberen te begrijpen wanneer we een moskee mogen bezoeken (niet gelukt) en bekijken de gemoderniseerde bazar. Verder zijn er vooral veel eettentjes. We vinden een Turks aandoend café waar we lekker in de schaduw 'Heljdini' eten, een soort beignets.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 
|
|
Totaal:
Gem:
Dagen:
Fietsdagen:
Rustdagen:
|
|
 
|