English
Intro Istanbul
Nederland - Bodensee
Alpen
Italië
Ionische eilanden
Griekenland
Turkije
Route & Kaart
Tips
GRIEKENLAND

Naar Delphi

Na bijna drie uur varen komen we aan in Patras. Na een snelle omkleedpartij op de kade gaan we op zoek naar een route naar Rio. Daar ligt de brug waar iedere Griek trots op is (echt waar!) en waar wij overheen willen om verder te gaan. Zo lang mogelijk fietsen we over een, op onze kaart, gele weg. Tot we bij een verlaten, vervallen camping vastlopen. Dan is het even zoeken maar uiteindelijk komen we toch nog met een secundaire weg bij de hangbrug. Aan het eind van de brug moet er tol worden betaald, maar gelukkig niet voor fietsers :-).
Al snel kunnen we via de oude weg verder fietsen in de richting van Nafpaktos. Nadat we inkopen hebben gedaan, beginnen we om 14:30 eindelijk met fietsen. Het is bloedheet maar we besluiten te kijken hoe ver we komen. We hebben geluk: de wind waait precies in de goede richting! Als we een stukje moeten klimmen, hoeven we bijna niet te trappen, zo hard waait het. Ondertussen wordt het landschap steeds droger en kaler. Ook wordt het wat heuvelachtiger. Vanaf Galaxadi zien we Itea al liggen maar moeten we nog 16 kilometer fietsen, voornamelijk bocht na bocht langs baaien. In Itea verwachten we direct stevig te moeten gaan klimmen maar we mogen eerst nog even langzaam omhoog tussen de olijfboomgaarden door.
De laatste paar kilometers naar Chrisso gaan wel bergop en een tijd lang zien we boven ons de camping liggen. Bij de laatste bocht komt een hond achter JW aangerend en sprint JW er vandoor. Nadat we in één middag ruim 100 kilometer in de benen hebben, vallen we na het eten direct als een blok in slaap. De volgende morgen liften we naar Delphi en terug en rusten we lekker uit aan de rand van het zwembad.

De heuvels in

We dalen weer af naar de olijfboomgaarden en fietsen een eindje vals plat. Dan gaan we de bergen in. We hebben geen idee tot hoe hoog we gaan en de weg blijft wel 20 km. lang stijgen. We stoppen niet omdat de weg vrij druk en niet altijd even breed is. Dan opent zich na een laatste bocht opeens het dal. Het hoogste punt is bereikt en we gaan afdalen.
Als we beneden stoppen om te lunchen, wordt er vanuit de langsrijdende auto's steeds uitbundig naar ons getoeterd en gezwaaid. Als we even later bij een (gesloten) benzinepomp water proberen te krijgen, krijgen we van een klein meisje ijskoud water, lekker! Na nog een klein eindje klimmen beginnen we aan een lange afdaling. We zoeven naar beneden en vlak voor een benzinepomp slaan we linksaf, een superklein, supersteil weggetje in richting Damatsa. Eenmaal beneden fietsen we kilometers rechtuit tot in de stad. Na even zoeken komen we op de oude weg terecht waar we een heel eind op kunnen blijven fietsen.
Na Stylida wordt de weg mooier en mooier. De eerste vijftien kilometer zijn nog vrij vlak, daarna gaan we tussen de honderden olijfboomgaarden omhoog. De weg kronkelt over de kammen en is bijzonder rustig. We hebben uitzicht op zee en op de heuvels om ons heen vol olijfbomen. In de kleine dorpjes die we tegenkomen zitten de oude mannetjes al vroeg op het terras. Tijdens de lunch observeren we ze en proberen net als zij écht siësta te houden. Dan is het tot de Egeïsche zee vlak en behoorlijk saai fietsen.

Langs de Egeïsche zee

Inmiddels zien we steeds meer honden onderweg. JW had er al bij voorbaat angst voor, maar heeft nu een goede tactiek ontwikkeld: van schrik zo hard remmen dat hij slipt, waardoor de hond ook schrikt. Werkt prima ;-)!
Om Volos uit te komen mogen we flink klimmen (15%). In no-time ligt Volos ver onder ons en fietsen we door een dor en droog heuvellandschap. Eenmaal op het hoogste punt van de klim voelen we ons bijna alsof we in het hooggebergte zijn: waar we ook maar om ons heen kijken, overal zijn alleen maar bergen. Als we de bocht om gaan doemt ver onder ons, aan de andere kant van de berg, een bizar landschap op: een woestijn lijkt het wel, geen groen meer, alles geel en grijs en vlak. Een doorggevallen meer, dat op onze routekaart niet eens staat aangegeven...Als we beneden komen stijgt de temperatuur nog een paar graden en is de beschutting helemaal verdwenen. Het zindert van de hitte en we blijven ons verbazen. Rechts een bergkam, links een dijk. De grond onder onze wielen nu eens verhard, dan weer onverhard.
Tot we in Kalamaki voor de keuze staan om rechtdoor te fietsen of om rechtsaf de berg over te gaan. We staan te bedenken wat we gaan doen als een voorbijrijdende automobilist zijn auto in de achteruit gooit en ons advies komt geven. Hij vindt het maar dapper dat we midden in de zomer in Griekenland komen fietsen en raadt ons aan rechtdoor te gaan. Het is wel wat kilometers langer maar ook minder heftig omdat het vrij vlak is. Uiteindelijk zijn we zo nieuwsgierig naar de klim dat we toch maar rechtsaf slaan. Bij een (opnieuw gesloten) benzinepomp regelen we nog wat extra water en dan beginnen we aan de klim. In de klim vinden we opnieuw geen schaduw en geen wind. Met stijgingspercentages tot 10% ploeteren we omhoog. Het wordt steeds mooier en groener, als we aan de andere kant van de heuvel weer omlaag mogen richting zee wordt het zelfs groen!
Als we verder langs de Egeïsche zee fietsen merken we wat de Meltemi (stevige noordenwind) kan doen: de weg is vlak maar we mogen flink op de pedalen trappen! Als de wind later op de ochtend wat afneemt, begint de weg te heuvelen...Maar we fietsen wel super langs de zee!
Dan proberen we weer een dorp te bereiken via weggetjes die niet op de kaart staan. Eerst komen we op een spiksplinternieuw stuk asfalt waar om de 100 meter borden staan met waarschijnlijk iets van 'pas op voor fietsers'. Wij zijn echter de enigen die fietsen en er zijn bijna geen auto's...De weg wordt al gauw onverhard en moeten we door een soort riviertje over de weg baden. Dan fietsen we over alle soorten onverhard die je kunt bedenken: keien, gruis, zand. Super!
Na Panteleimona is het wat zoeken tot we weer wat opschieten; veel van de weggetjes die we proberen lopen dood. Uiteindelijk worden we geholpen door een taxi-chauffeur die ons de goede weg wijst. De interessantheid van de weg neemt helaas met de kilometer af: op een gegeven moment fietsen we tussen de spoor- en snelweg.

Thessaloniki

Van de laatste 50 kilometer tot Thessaloniki fietsen we er zo'n 44 over de snelweg. We kunnen eigenlijk niet anders. Na een tip van Duitse fietsers hebben we besloten niet anders te proberen en met onze veiligheidshesjes aan fietsen we dapper over de vluchtstrook. Even proberen we nog een secundaire weg naast de snelweg te befietsen maar na een kilometer of 2,5 houdt die abrupt op en moeten we omkeren...We ploeteren dus over de snelweg verder. De vluchtstrook is prima en het valt mee met de drukte maar de wind waait hard in onze gezichten. Tot vlak voor Thessaloniki gaat het goed maar dan is opeens de vluchtstrook weg. Fietsen over een snelweg is ons nog tot daar aan toe, maar fietsen op een snelweg: nee, dat gaat ons te ver...Gelukkkig kunnen we via een ventweg met wat gepuzzel ook de stad in komen. Thessaloniki uit is zo mogelijk nog erger dan er in. Alweer over de snelweg...

Naar de grens

De laatste dagen tot Turkije worden we steeds nieuwsgieriger naar wat er aan de andere kant van de grens op ons staat te wachten. Voor het echter zover is moeten we eerst nog een stuk oostwaarts fietsen. In de omgeving van Thessaloniki wordt hard gewerkt aan de nieuw snelweg, de via Egnatia. Op de stukken waar de weg nog niet af is, zit al het verkeer samen met ons op de oude weg. Bij Redina komen we op een drukke t-splitsing waar we linksafslaan. Een paar kilometer fietsen we door een soort kloof: om ons heen bomen, rotsen en water. Als de kloof uitrijden wordt het ook snel weer minder druk: de snelweg is hier weer in werking en we fietsen op de (nu) megalomaan grote oude weg verder. Als we langs de leeuw van Amfipolis fietsen, blijft de snelweg aan onze rechterkant liggen terwijl hij volgens onze kaart toch echt links van ons zou moeten zijn...Bovendien gaat de weg waarop wij fietsen naar het noorden en niet naar het zuiden langs de kust...We fietsen toch maar door en al snel begrijpen we dat de oude weg helemaal niet langs de kust ligt.
Als we in een klein dorpje willen gaan lunchen worden we van alle kanten aangesproken. We krijgen zelfs een broodje van de bakker! Voor we daarna de zee weer kunnen zien, moeten we nog even een venijnig heuveltje over waar ook veel verkeer is. Dan dalen we heerlijk af tot Kavala. Dat blijkt nog best een grote stad te zijn, maar de camping ziet er tamelijk vervallen uit. We fietsen dus door naar Nea Karvali waar we alsnog op een heel rustige camping terecht komen. Het bijbehorende restaurant met terras en de discobar kunnen honderden mensen herbergen, maar die zijn dus in geen velden of wegen te bekennen...
In Xanthi zien en voelen we dat Turkije dichterbij komt. In de stad zijn veel vrouwen met hoofddoeken en allerlei turkse eettentjes. Ook hier zijn mensen weer bijzonder geïnteresseerd in waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan.
Voor Lagos fietsen we een soort Deens landschap in: glooiende heuvels, meertjes, landbouw, zand. Het is mooi om langs de meren te fietsen! Dan fietsen we een eind over een glooiende weg langs niets dan akkerbouw; katoen, maar ook maïs en (de resten van) graan. Na het Ismaridameer moeten we volgens de kaart een rare lus maken. We blijken echter ook gewoon rechtdoor te kunnen fietsen en snijden zo een stuk af. Het wegdek is wel wat minder en we moeten 'over' een rivier maar het fietst verder prima. Dan worden de heuvels als snel korter en steiler. Bovendien begint de wind aan te trekken. Als we in een cafeetje een cola pakken, informeren we of we ook via de kust naar Alexandroupoli kunnen komen. Dat blijkt mogelijk en dus gaan we het proberen. En gelukkig maar, want het stuk dat volgt zal één van de mooiste trajecten zijn die we in Griekenland hebben gefietst. We volgen de afslag naar een archeologische opgraving en al snel wordt de weg onverhard en keiig. We slingeren en heuvelen tussen de olijfbomen door, hebben af en toe zicht op zee. Verder zijn we helemaal alleen.
Het laatste stuk tot de grens fietsen we langs de Evrosdelta waar Gudrun jammergenoeg een lekke band krijgt. Omringd door vreselijk irritante muggen vervangen we de binnenband en fietsen snel weer verder. We weten dat we het laatste stuk (opnieuw) over de snelweg zullen moeten fietsen maar proberen het nog zo lang mogelijk uit te stellen. Eerst fietsen we links van de snelweg over een secundaire weg. Op 400 m. van de grens loopt onze weg dood en proberen we het aan de rechterkant van de snelweg. Ook daar hebben we geen geluk en dus moeten we omkeren. We hebben geen zin om het hele eind terug te fietsen tot Ardani en dus besluiten we de fietsen over de omheining heen te tillen. Bagage eraf en sjouwen maar. Met wat krassen op de onderbenen komen we zo toch nog redelijk snel op de zeer rustige snelweg naar de grens terecht.

Klik om te vergroten:


Droogte


Delphi


Heiligdom van Athena


Door de bergen


Door de olijfboomgaarden


Na Volos


Bij Kanalia


Bij Palaiopyrgos


Fietsbord zonder fietsers


Tolplein Thessaloniki


Richting Alexandroupoli


Off-road langs de zee


Was drogen


Snelweg naar de grens