|   |
|
  |
|   |   |
|   | ||||||||||||||
|
Voor het begin van onze fietstocht worden we met de auto naar Noord-Frankrijk, in de buurt van Tournai gebracht. In het dorpje St. Maur starten we onze twee weken durende vakantie door Frankrijk. Tot iets ten noorden van Parijs zullen we gebruik maken van deel 2 van de St. Jacobsroute. Het is wat bewolkt, maar af en toe laat de zon zich ook even zien. Helaas begint het 10 kilometer na vertrek al te spetteren. Het regenpak blijft voorlopig nog even uit, maar de gele regenhoezen gaan wel over de voortassen. Zo zijn we beter te zien in het grauwe weer. Jammer genoeg gaat het niet veel later toch wat doorregenen en moeten we alsnog het regenpak aantrekken. Als we de snelweg door middel van een viaduct zijn overgestoken, komen we in een mooi bos terecht. Na een colaatje in een café zijn we weer helemaal fris om verder te gaan. Als het nog harder gaat regenen, besluiten we vandaag in een Formule1-hotel te overnachten. De dichtstbijzijnde is in Cambrai-Fontaine Notre-Dame. Om hier te komen moeten we wat van de route afwijken. Dat is ook snel te merken; hier begint het eigenlijk pas écht. De glooiende heuvels vragen steeds meer energie en de open velden geven de stevige wind vrij spel. En nog steeds regent het flink door. Om 17:00 komen we aan bij het hotel. Gelukkig is er nog een kamer voor ons vrij en mogen we de fietsen op de kamer zetten! Als we de volgende ochtend wakker worden, is de lucht nog even grauw en grijs als de dag ervoor. Als we weer op de route zitten, passeren we veel bruggen en sluisjes. Ook wordt het heuvelachtiger. Als we om 10:30 pauzeren hebben we er al 35 kilometer op zitten. Via het Canal St. Martin fietsen we St. Quentin binnen. Op een pleintje met een standbeeld van Albert I lunchen we, mét pain au chocolat en een tartelette aux fraises! Omdat tijdens de lunch de zon opeens gaat schijnen, moeten we op zoek naar zonnebrandolie. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Uiteindelijk vinden, bij de vijfde winkel die we binnen gaan, een dure fles. Maar ja, iets is nog altijd beter dan niets…Als we in de loop van de middag in Berlancourt de in het boekje aangegeven ‘Aire naturelle’ willen opzoeken om daar te kamperen, blijkt deze standplaats voor de nacht te zijn opgeheven. De eerstvolgende camping is volgens een bewoner in Noyon, nog zo’n 15 kilometer verderop. Over de drukke N32 fietsen we daar dus maar naartoe. Als we in Noyon aankomen – een mooie stad – vragen we waar we de camping kunnen vinden. Op één of andere rare manier weet niemand ook maar iets van een camping af. We worden doorgestuurd naar Chiry; nog eens 5 kilometer stijgen en dalen extra! De camping blijkt op een heuvel in een klein dorpje te liggen. Het is er vreselijk smerig. Buiten het feit dat overal katten rondlopen, zijn de sanitaire voorzieningen buitengewoon vies. Gelukkig vinden we na een tochtje over de camping een tweede, nieuwer toiletgebouw met schonere douches.. Na een nachtje uitrusten, zitten we de volgende dag al snel weer op de route. We worden door een schitterend bos geleid vol ‘Carrefours’; dit zijn grote kruispunten middenin het bos. Vijfsprongen, zevensprongen. Totaal verlaten. Vaak met een half versleten wegwijzer ergens in de berm. Helaas fietsen we ook het bos weer uit. Zo de Zone Industrielle van Compiègne in. Gelukkig is de stad hartstikke mooi en volgt erna ook weer een bos. Hoewel het heerlijk fietst zo in de bossen, is het ook wel saai; bij zo’n beetje ieder kruispunt moeten we rechtdoor. Tot we fout fietsen. Een onverhard pad op dat steeds minder van kwaliteit wordt. We besluiten om maar om te keren. En van het ene ‘probleem’ vallen we bij Ermenonville zo in het andere probleem. We dachten hier een camping aan te treffen maar opnieuw blijkt onze informatie niet helemaal te kloppen…We krijgen te horen dat pas 20 kilometer verder, bij Meaux, een camping is. En dus fietsen we – alwéér – over de grote weg zo snel mogelijk naar Meaux. De weg is druk en gaat continu op en neer. Aan de rand van de stad vinden we de camping; hartstikke duur en met behoorlijk wat geluidsoverlast van treinen en vliegtuigen. Maar verder beter dan gisteren! ’s Ochtends krijgen we onverwachts bezoek: als we naar buiten willen om naar het toilet te gaan, staat er een ezeltje voor onze tent te grazen. En het blijkt waar wat ze over ezels zeggen: die zijn koppig, érg koppig. Zelfs met je volle gewicht tegen we aanduwen heeft geen effect :-) Als we even onderweg zijn, volgt de eerste échte klim van deze vakantie. In een heel licht verzet vinden we ‘m ‘net te doen’. Boven moeten we allebei best even uitpuffen! Bij Tigeaux gaan we rechtsaf. Weer een berg op. Deze gaat stukken beter en hoewel het een lange klim is en de zon flink hard brandt, biedt het bos wat verkoeling. We blijven dan in het bos en de weg wordt vlakker. Als we vervolgens een heel eind vlak en langs tarwevelden fietsen, wordt het toch wat saai. Door Melun gaan we langs de Seine naar La Rochette. De camping die we uitzoeken is heel lang gerekt en heeft aan de ene kant een drukke snelweg en aan de andere kant een spoorlijn. Ook voor deze nacht dus geen échte rust…en dan gaat het ook nog eens regenen… |
![]() St. Maur ![]() Onderweg ![]() De eerste kilometers ![]() Weer-check ![]() Ruïne bij Chiry ![]() Uitgestrekte weilanden ![]() Fontaine-Chaalis ![]() Over de drukke weg ![]() Surprise! ![]() Klimmen bij Tigeaux |
||||||||||||
|   |   |   |   |   | ||||||||||