|   |
|
  |
|   |   |
|   | ||||||||||||||||||||||||
|
Vanuit Kaiseraugst hebben we opnieuw wat moeite de route te vinden. Als we op een gegeven moment langs de Feldschlosser- Op dit deel van de route lijkt de tijd te hebben stil gestaan: kleine dorpjes met boerderijen, en alles in bedrijf! We rijden verder redelijk vlak tot bij de stenen brug over de Thur. Als we die oude brug over zijn, moeten we slingerend omhoog naar de stadskern van Bischofszell. Tijdens de lunch besluiten we niet via het Sittersfähre te gaan. Dit pontje brengt fietsers en wandelaars van de ene kant van de rivier naar de andere kant maar we zijn bang dat de ‘oude knoestige veerman’, zoals het in onze routebeschrijving staat, inmiddels zijn baan heeft opgezegd. Even moeten we dan klimmen maar al gauw zien we de contouren van de Bodensee voor ons verschijnen en weten we dat we vanaf hier eigenlijk alleen nog maar hoeven dalen tot bij het meer. Met een lekker vaartje dalen we dus af tot we op de Bodensee Radweg komen, voor ons geen topper (iets te veel recreatieve – lees erg langzame – fietsers). Doordat dit fietspad zo vlak is, zijn we binnen de kortste keren weer in rustiger omgeving en krijgen we ook voor ’t eerst zicht op de naderende Alpen. En ook hier kruist onze toch weer een rivier en daarmee opnieuw een landsgrens. Over een schitterend onverhard pad door het bos rijden we verder door Oostenrijk, het zevende land op onze reis. Ook dit bezoek is uiteindelijk maar voor even, want met een steil klimmetje komen we even later in Liechtenstein terecht; land acht alweer! Ondertussen komen de Alpen steeds dichterbij en worden steeds hoger, terwijl wij er nog volkomen vlak middenin rijden. Weer terug in Zwitserland komen we op de Polenweg. Voor we er aan beginnen waarschuwt een bordje ons al: “Deze weg stijgt 100 meter op 1 kilometer”. Boem. Onverhard. Stijl omhoog en heeeeel veeeeel keien! Als we even stoppen om een foto te maken en even later weer verder willen gaan, komen we door slippende achterwielen nauwelijks weg. Toch halen we al fietsend de top en gaat het pad vlakker langs een rotswand mooi verder. Bij Thusis begint het betere klimwerk. De Alpenpas komt eraan. In een klim van 30 kilometer trappen we de fiets de Alpen over. De weg is rustig en al gauw zijn we gewend een ’t stijgen en gaat het lekker. Aan het begin van de Via Mala-kloof hebben we een schitterend uitzicht, het lijkt wel een sprookje! Een stukje verder komen we weer door wat dorpjes, en ook langs een meer. Het voordeel van de route is, dat we over de oude weg fietsen. De nieuwe weg voert grotendeels door tunnels en is voor ons nauwelijks zichtbaar, waardoor we bijna ongestoord omhoog kunnen fietsen. Aan de voet van de pas zetten we onze tent op om ook eens te ervaren hoe het is om te kamperen op ongeveer 1500 meter. ’s Nachts daalt de temperatuur tot zo’n 6 graden boven nul. De volgende ochtend begint het dan écht: de Splügenpas! Even het dorp door en dan direct flink stijgen in de eerste vijf haarspeldbochten van de pas. De benen moeten nog even warm draaien, maar al gauw gaat het lekker. Na de eerste serie bochten volgt een stuk wat vlakker. We dalen zelfs een beetje, iets wat we niet verwachtten van een Alpenpas. Na het maken van wat foto’s beginnen we aan het laatste stuk pas, van 1800 tot 2117 meter in 12 haarspeldbochten. En dan zijn we in Italië. Op de grens tussen Zwitserland en Italië pauzeren we even. We beseffen dat het hoogste punt van de reis hier bereikt is. Al gauw gaan de fleecetruien en regenjassen aan. Niet omdat het regent, maar ter voorbereiding op de lange afdaling waaraan we snel zullen beginnen. Boven is het best koud en we willen onze bezwete lichamen liever geen kou laten vatten. Van de top van de pas gaan we in 28 kilometer afdalen tot 300 meter boven zeeniveau. De eerste drie kilometer leiden naar Monte Spluga, waar we op worden gehouden door een groepje eigenwijze koeien die op gemakje de weg oversteken. File! Als we ze voorbij zijn begint het echt dalen pas: haarspeldbocht na haarspeldbocht en een sterk dalende weg waarvan het wegdek steeds slechter lijkt te worden. De eerste twee tunnels zijn nog te doen maar de derde is zó donker dat je niet meer weet waar je bent of wat je doet. Min of meer op de gok dalen we dus verder. Gelukkig volgt na iedere tunnel weer een prachtig uitzicht. Helaas zijn we door de snelheid, de spanning en de drukte vergeten foto’s te maken van de afdaling… Onderweg voelen we het ook zomaar warmer worden en als we in Chiavenna aankomen is het eigenlijk gewoon heet. De jassen en truien gaan dan ook zo snel mogelijk uit! We moeten erg wennen aan de hitte. Het is veel warmer dan de afgelopen tijd, maar vooral ook anders warm. We zweten ons te pletter en worden er ontzettend loom van. Hoewel de route weer bijna helemaal vlak voert, hebben we eigenlijk weinig puf meer om verder te fietsen. Het Italië dat we leren kennen is een land vol knetterhard rijdende Italianen, van smalle weggetjes maar ook van veel meren, te beginnen met het Lago di Mezzola. Een vrij rustig meer met achter ons nog de laatste Alpentoppen. |
Click to enlarge: ![]() Rheinfelden ![]() Achtervolging ![]() Bischofszell ![]() Polenweg ![]() Via Mala ![]() Splügenpas bij Splügen ![]() Halverwege Splügenpas ![]() Laatste haarspelden ![]() Topje Splügenpas ![]() Lago di Mezzola |
||||||||||||||||||||||
|   |   |   |   |   | ||||||||||||||||||||