|   |
|
  |
|   |   |
|   | ||||||||||||||||||||||||
|
En zo verlaten we Florence ’s ochtends nog vóór de busladingen toeristen op het plein worden uitgebulkt. De dag begint alweer met een stevige klim, dit keer over een vrij smalle weg met aan weerszijden een stenen muur. Gelukkig kunnen we wel over de muur heen kijken: de omgeving is hier echt prachtig! We fietsen zo een eindje dan weer klimmend, dan weer dalend verder. Op ons routekaartje zien we dat we een lange afdaling tegemoet gaan en inderdaad: hij is lang en goed! JW fietst voorop en Gudrun volgt in de slipstream, zonder mee te hoeven trappen! Maar ja, zoals al eerder gezegd: what goes up, has to go down…En dat geldt zeker ook andersom: what goes down has to go up! Oftewel: wat hard omhoog gaat, gaat (vaak) ook hard naar beneden! En zo halen we dan na een pittige klim ook de maximumsnelheid van de vakantie: 63,5 kilometer per uur! We kamperen op de camping net buiten Siena en gaan ’s avonds heerlijk lang en loom op ’t Piazza del Campo ‘chillen’: het is druk, warm en héééél sfeervol! De stad uit is het even wat drukker maar al gauw slaan we af en staan plotsklaps middenin Le Crete. Een onvoorstelbare droogte, gekapt koren, omgeploegde grond, een kurkdroge zandgrond, af en toe een rij cipressen en één slingerende weg. Het is al warm en de zon heeft alle ruimte in dit kale maanlandschap. We zien precies waar we over een paar kilometer zullen fietsen: de weg slingert zich een duidelijke weg door de droogte. Het belooft een pittig stuk te worden. Geen dorpjes, geen winkels, niets. In het eerste stuk zitten klims tot 10%, in het tweede stuk zelfs tot 15%! Asciano is de eerste plek waar we even in de schaduw op een bankje kunnen zitten. Het mooiste en absurdste stuk hebben we er nu al opzitten. In het stuk dat volgt is meer begroeiing maar de heuvels zijn nog even steil (tot 15% klimmen, gelukkig over nu al te lange afstand; het lijkt wel alsof we achteruit de berg af zullen glijden, zo traag gaat het). Later wordt het landschap glooiender, alleen voor de dorpjes is het dan nog écht klimmen geblazen. Aan het Lago Trasimeno, waar we weer eens een dagje stilstaan, maken we een enorme bui mee; het water van het meer wordt groenig in plaats van blauw en even later stort de regen anderhalf uur (écht niet overdreven!) met bakken uit de hemel. De hele camping staat blank, overal zijn tentjes kapot gewaaid, mensen staan met natte slaapmatjes en slaapzakken in hun handen zonder te weten hoe ze de schade moeten oplossen. Opnieuw zijn wij blij dat we een expeditietentje hebben: we staan in een plas van zo’n 3 centimeter diep maar niets, helemaal niets, is nat of stuk. Eten in het washok is het enige vervelende dat wij vandaag moeten doen. De weg langs het meer is lekker vlak en zorgt ervoor dat we nog een tijdje mooi uitzicht hebben. Dan buigen we van het meer weg. Bijna zouden we even naar Monte Melino fietsen, alleen maar om het op de kaart zo leuk lijkende weggetje in het echt te zien. We zien er uiteindelijk maar vanaf. Op naar Perugia! De route er naartoe is niet de meeste rustige van onze reis: veel verkeer, veel wisselen van rijstrook. Gelukkig verbetert de situatie als we door middel van wat haarspeldbochten het centrum bereiken. Van daaruit nemen een zeer steile afdaling (23%!) over een heel klein weggetje met kinderkopjes tot we buiten de stadsmuren komen. Daar beginnen we hevig te twijfelen of we wel goed zitten: terug omhoog dan maar weer (maar niet met 23%...)…Als we de goede weg gevonden hebben, dalen we af naar de Tiber en fietsen zo vlak door het dal van Assisi. Van veraf zien we dit bedevaartsoort al tegen de heuvel geplakt liggen. Dat betekent dus klimmen! Vanuit de stad hebben we mooi zicht over de vallei. Assisi is met z’n witte huizen en gebouwen een opmerkelijke verschijning. De stad is niet zo groot maar er is ontzéttend veel te zien, met name kerken. Ook de kleine, smalle en vaak steile straatjes zijn een bezienswaardigheid op zich. Tijdens onze rustdag bezoeken we vele kerken, waaronder die met het graf van de heilige Franciscus. Daar zijn vooral ook veel bedevaartgangers die hun tocht bij zijn tombe voltooien. ’s Middags maken we een superwandeling naar het Eremo delle Carceri, een klooster hoog op de Monte Subasio (791 meter). Net buiten de stadsmuren (bij de Porta Cappuccini) gaan we een pad op dat eerste nog redelijk vlak is, maar later behoorlijk stijgt en steeds smaller wordt. Even vragen we ons af of het verstandig is verder te gaan, ook omdat we geen wandelschoenen bij ons hebben, maar dan gaan we toch verder. We bereiken het klooster tijdens de siësta, dat betekent dus dat we in alle rust op deze serene plekke hebben kunnen rondkijken. Vanuit de stad daalt de route weer af naar het dal maar stijgt daarna weer om zo op het ‘Balkon van Umbria’ te komen. Het klimmen wordt hier beloond met een prachtig uitzicht over de omgeving. Spoleto is de volgende stad op de route. En ook deze stad is op een heuvel gebouwd. Volgens de route ligt de camping waarnaar we op zoek zijn hoog boven de stad. Als we over de mooie hoge brug (gebouwd in 1352) net buiten de stad heen zijn gefietst, komen we uit bij een haarspeldbocht. We kunnen kiezen: omhoog of omlaag. Uitgaande van de tekst in het boekje beginnen we met de klim. Het stijgt hartstikke mooi gelijkmatig, maar als we boven op de berg aankomen, blijkt daar helemaal geen camping te zijn! En zo beginnen we, na een ijsje te hebben gegeten, aan de afdaling. De camping ligt ten opzichte van de stad zelfs wat lager, zo blijkt uiteindelijk! Na Spoleto volgt een wat zwaarder stuk. Dat wil zeggen, de hellingen zijn niet extreem steil, maar de klims duren langer. Daartegenover staat dat de afdalingen ook langer zijn, waardoor we regelmatig ook een heel eind naar beneden zoeven. We gaan ze snel dat we een auto met gemak voorblijven! Zo klimmen en dalen we verder. Een keer dalen we zo ver af, naar de rivier, dat we bijna op zeeniveau zitten. In Bomarzo hopen we bij de agrituristico te kunnen overnachten, maar al gauw blijkt dat er niet in te zitten. We besluiten daarop om verder te fietsen naar het kratermeer van Vico. Het stuk dat volgt is heuvelachtig en voert door een schitterend landschap vol hazelnootbomen waartussen de weg zich een route baant. Als we even later vragen naar de camping aan het meer, zeggen verschillende mensen dat de tocht er heen érg steil is, en dat we het misschien niet zullen halen. Wij laten ons echter niet afschrikken en fietsen over de kraterwand heen. De klim gaat trapsgewijs: eerst stevig stijgen, dan relatief vlak om op adem te komen. Het meer ziet er van bovenaf schitterend uit! Van dit meer is het maar een eindje naar het volgende meer. Omdat we – eigenlijk al sinds Florence – zeeën van tijd over hebben, besluiten we een korte etappe te maken. We klimmen eerst de kraterwand over (die aan de zuidoostkant van het meer veel minder steil en zeker ook veel korter is) en fietsen dan op gemakje, dalend en stijgend tot het Lago di Bracciano. We vinden een camping met een plekje vlak aan het meer; optimaal! Bijzonder is dat iedere middag rond een uur of twee de wind opsteekt. Er ontstaan wat golfjes op het meer en het is heerlijk zwemmen! We blijven dan ook nog twee nachten op dit plekje staan.
Het is donderdag 19 augustus 2004. 11:15. Rome. Onze inmiddels redelijk gespierde benen hebben net de laatste rondjes van de route gedraaid. Het Sint Pieterplein in Rome vormt het officiële eindpunt van de fietsroute “Onbegrensd fietsen van Amsterdam naar Rome” van Paul Benjaminse. Op deze plek eindigt onze tocht door 10 Europese landen. Het was fantástisch! |
Click to enlarge: ![]() Panzano ![]() Impruneta ![]() Siena ![]() Le Crete ![]() Le Crete ![]() Lago Trasimeno ![]() Zonsondergang Assisi ![]() Assisi ![]() Spoleto ![]() Naar Aquasparta ![]() Lugnano in Teverina ![]() Vallerano ![]() Lago di Bracciano ![]() Rome |
||||||||||||||||||||||
|   |   |   |   |   | ||||||||||||||||||||