Heuvel op, heuvel af, heuvel op, …

Van de vlakte van de Salar fietsen we de volgende dag de bergen weer in, richting Potosí. We krijgen nog een paar laatste blikken op de zoutvlakte, die al gauw heel wit, heel ver onder ons ligt.

Van de 208 km. ripio die tussen Uyuni en Potosí ligt, is geen enkele meter vlak. We fietsen continu omhoog en omlaag, en dat alles op hoogtes tussen 3500 en 4200m. Zoals wel vaker tot nu toe is de kwaliteit van de weg afwisselend van slechte, matige en zeer goede kwaliteit. Soms hobbelen we over keien en kunnen we niet harder dan met 8 km/u afdalen, soms blijven we steken in mul zand, maar soms kunnen we ook keihard naar beneden zoeven omdat het wegdek net is aangestampt en geëgaliseerd door wegwerkers die bezig zijn om het gehele traject te asfalteren (overigens zorgen die er wel voor dat we na vier dagen hélemaal onder het stof zitten )

De eerste avond slapen we in het VVV in het ex-mijndorpje Pulacayo. Vroeger woonden hier 22000 mensen, maar toen in 1959 de mijn werd gesloten, liep de bevolkingsgrootte snel terug. Tegenwoordig wonen er nog maar 600 mensen. Wel is een bedrijf bezig om te onderzoeken of de mijn weer heropend kan worden. Een van de eerste locomotieven die Bolivia binnenkwam tuffen…

De volgende dag, richting TicaTica, is veel makkelijker dan de eerste kilometers vanuit Uyuni. We moeten even klimmen maar fietsen dan bijna de hele dag lichtjes naar beneden, met wind mee! In TicaTica vinden we een kamertje bij een aardige mevrouw. Een douche is er niet, en de deur van de wc bestaat uit niets anders dan een wapperend kleed, maar de kamer is schoon en de bedden liggen heerlijk.

Vanuit TicaTica fietsen we een monsteretappe met ontelbare hoogtemeters naar Agua Castilla. Al vanaf meter één moeten we klimmen. Gelukkig is het opnieuw bijzonder mooi en genieten we van iedere trap! We klimmen en dalen tussen TicaTica en Agua Castilla wel een stuk of vijf keer naar boven de 4000m. Gelukkig is de weg op veel stukken prima te doen. Nét voor zonsondergang komen we moe aan in Agua Castilla. Gelukkig vinden we ook hier een kamer en hoeven we niet buiten in de kou te slapen.

Dan resten ons nog 50km. tot Potosí. Ook in deze kilometers gaan we weer de nodige keren omhoog en omlaag. In het laatste dal voor Potosí is het erg druk met wegwerkers. Overal rijden vrachtwagens vol met stenen, walsen, graafmachines,… Het leuke van de werkmannen is dat ze altijd zwaaien, groeten en af en toe zelfs stoppen voor een praatje. Over een jaar of drie moet het hele traject voorzien zijn van asfalt. Wat een werk…

De laatste klim van de dag is naar het centrum van Potosí, met als toetje de steile klim over een drukke straat naar het Plaza del Estudiante. We zoeken een hotelletje op en trakteren onszelf op verwarming én een eigen, hete, douche. Nadat we allebei weer schoon en ´ont-stoft´ zijn, gaan we de stad in. Al direct hebben we het allebei erg naar ons zin. Eindelijk een stad met veel mooie gebouwen! Op de achtergrond is altijd de Cerro Rico te zien, de berg waar de mijnen van Potosí zich bevinden (daarover in de volgende update meer).

We brengen een bezoekje aan het Casa de la Moneda, waar vroeger de munten werden geslagen. De verplichte rondleiding is heel interessant en we leren vanalles over de vroegere rijkdom van Potosí en hoe met het zilver uit de mijnen munten werden geslagen die over de hele wereld werden geaccepteerd en gebruikt. Als we bij het VVV de torens van een oud Jesuïtenklooster beklimmen, hebben we uitzicht over de hele stad. Ook zien we deze creatieve oplossing voor een ingestort dak: dan hangen we er de was maar te drogen…!

Geplaatst door JW & Gu op 1/06/08 om 21:10

Blog entry