Ionische eilanden

Corfu
We brengen de nacht op het dek van de boot door, zoals het ‘hoort’. We worden in slaap gezongen door een groepje jongeren met een gitaar en kruipen lekker dicht tegen elkaar aan; het is best fris! Vlak voor we het vasteland van Griekenland bereiken, zien we voor de kust van Albanië twee waterhozen. Een mooi gezicht!
Aan land is het warm en het voelt gek dat veel woorden alleen maar in het Grieks geschreven staan! JW snapt er helemaal niks van, voor Gu is het een leuke oefening om haar Grieks van de middelbare school weer op te halen. Alle woorden worden dan ook hardop voorgelezen, zij het soms maar voor de helft – als we te hard fietsen ;-) . Igoumenitsa is klein en druk en al snel besluiten we naar Corfu te gaan. Als we een sprintje trekken naar de boot kunnen we nog nét mee.
Na ruim een uur varen komen we aan in Corfu-stad. We gaan het stadje even in, op zoek naar een reisgids. Die vinden we niet en hoewel de sfeer goed is, worden we gek van al het verkeer. We besluiten het voor gezien te houden voor vandaag en gaan op zoek naar een camping. Maar dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Om bij een camping te komen moeten we bijna 10 kilometer over de drukke hoofdweg fietsen. En die lijkt in een soort anarchistische staat te verkeren: alles rijdt langs elkaar, snelheden variëren, er zitten gaten in de weg. We zijn dus blij als we eindelijk de camping bereiken. Ons beeld van Corfu als relaxed eilandje waar we lekker een beetje kunnen uitrusten en fietsen valt een beetje tegen; voorlopig zijn er vooral veel scooters, mensen, souvenirstandjes en restaurantjes…
Na nog een dagje chillen op de camping en in de zee gaan we het eiland toch wat verkennen. We klimmen rustig omhoog tot we bij Paleokastritsas twee kilometer lang heerlijk kunnen afdalen. Het stuk door het binnenland was niet toeristisch maar in het dorp stikt het weer van de hotels en badgasten. We begrijpen ook wel waarom: in de afdaling krijgen we zicht op schitterende baaitjes, rotsen tot in het water, water zo schitterend en helder dat we vanaf boven de bodem van de zee kunnen zien.
We nemen nog snel voor het druk wordt een frisse duik en gaan dan de heuvels weer in. De wegen zijn smal en soms erg steil maar allemaal echt heel mooi: oflijfbomen, citrusbomen, cipressen en steeds een superuitzicht!

Langs de kust
De laatste nacht op Corfu eindigt ongewenst: om 6:15 worden we allebei wakker omdat het keihard regent en flitst. Qua onweer valt het mee maar het blijft maar regenen. Als het om 9:30 nóg regent ga ik op zoek naar brood. Dan maar in de tent onbijten! Anderhalf uur later lijkt het droog te worden en gaan we inpakken. Om 12:15 fietsen we uiteindelijk van de camping af. De drukke weg naar Corfu-stad is nu wóestdruk maar het verkeer staat ook stil. Het lijkt wel alsof iedereen naar de stad gaat! Als we onderweg nog even boodschappen doen barst het weer los. Opnieuw komt het water met bakken uit de hemel! Als het droog wordt gaan we opweg naar de boot. Alweer hebben we geluk en mogen we nog net mee aan boord.
Door de vertraging van die ochtend is het niet echt vroeg meer als we in Igoumenitsa aankomen. We fietsen zuidwaarts en aan de rechterkant komt de zee steeds dieper te liggen, aan de linkerkant zijn hoge heuvels. Al in de eerste kilometers worden we geconfronteerd met het fietsen in Griekenland: heel veel hoogtemeters, telkens stijgen en weer dalen, geen meter vlak. Het warmt ook snel op waardoor we al snel straaltjes zweet langs ons hoofd hebben lopen. We volgen steeds de kust en hebben telkens superuitzichten over de zee, en de eilandjes voor de kust.
Bij Syvota zien we een superstrandje waar het nog helemaal niet druk is. Bijna fietsen we er voorbij als JW opeens vraagt: “Zwemmen?” Er staan heerlijke golven en we genieten van de frisse duik. Heerlijk! Na een lekke band bij JW en wat klimmen en dalen, nemen we tijdens de lunch alwéér een duik. Daarna klimmen we weer van de zee weg en dalen dan af tot één van de Hadesrivieren – de Acheron. We blijven maar heel kort in het bekken en de weg omhoog is vrij druk. Gelukkig is er een strook voor langzaam verkeer en zo komen we aan in Lygia waar we – na het opzetten van de tent – een laatste keer het water in duiken! Dit is Griekenland op z’n best ;-) !
Na Lygia wordt het al snel vlakker. Tijdens de eerste duik van de dag vragen we ons af of we via de rustige weg in Preveza zullen kunnen komen. Een man zegt van niet en wijst ons een alternatieve route via Nikopolis. We volgen zijn raad en eenmaal in Preveza gaan we op zoek naar de tunnel richting Aktio. Die is vrij gemakkelijk te vinden maar bij het stoplicht richting de tunnel blijkt dat we er op de fiets niet in mogen…we gaan op zoek naar de ferry die er ook nog zou moeten zijn, maar vinden die niet. Aangezien terug fietsen naar waar we vandaag gekomen zijn eigenlijk geen optie is, besluiten we te proberen een lift te krijgen.
Dat blijkt moeilijker dan gedacht: busjes zitten vol, aanhangwagens zijn te klein, mensen reageren niet enz. Het valt ons wel op dat er telkens autootjes langs komen, in beide richtingen, met een zwaailicht en een Akteo-sticker. Als we een bestuurder aanspreken gebaart die richting de tunnel. We gaan maar achter hem aan – moeten we nu gewoon door de tunnel fietsen of niet? Een eindje later staat het autootje stil. De bestuurder zegt er dat over 5 minuten een lift voor ons zal komen. En na een paar minuten komt er inderdaad een auto met aanhanger aangereden en kunnen we onze fietsen inladen. Zo worden we door de tunnel gebracht – gratis!

Lefkada
De verwachte brug naar Lefkada (Lefkas) blijkt een lange dam te zijn. Tot Lefkada-stad fietsen we dus vlak, daarna mogen we direct gaan klimmen. Het is warm en we zweten ons het apezuur maar de omgeving wordt mooier en mooier: rotsen, wat groen en dan opeens, vlak voor het begin van de afdaling, de zee rechts van ons in de diepte. Na een stukje afdalen krijgen we vanaf een parkeerplaats spectaculair zicht op een strand ver beneden ons. Eenmaal beneden begint over een smal weggetje de klim weer de heuvels in.
Na een tijdje zien we hoog boven ons de weg al liggen. Op de weg zijn behalve wij slechts wat locals te zien. Het fietst dus heerlijk rustig en het is supermooi met telkens uitzicht op zee. In Kalamitsi komen we vrouwen in traditionele kledij tegen: zwarte kleding met een zwarte hoofddoek. We worden vriendelijk begroet en ‘bezwaaid’ en dalen dan langs de Elati-berg (met 1182 meter het hoogste punt van het eiland) af naar Vasiliki: een superafdaling met weinig scherpe bochten.
We zijn erg vroeg bij het haventje waar de boot naar Kefalonia weggaat en kopen alvast kaartjes. De kaartjesverkoper is een behoorlijke eikel; hij groet niet, geeft ons met een bijzonder chagrijnig gezicht onze tickets en laat ons – nadat hij de fietsen heeft gezien en heeft gezegd dat ze gratis mee mogen – ook nog eens €5 per fiets voor de bepakking betalen…tss…

Kefalonia
Na anderhalf uur varen bereiken we Kefalonia, het eiland van De Bernières Kapitein Corelli’s mandoline. We begrijpen al snel waarom juist dit eiland mooi kon dienen voor het verhaal: het is hier mooi! Nadat we richting Vasilikiades zijn geklommen, fietsen we langs een soort fjord aan de westkust van het eiland met zicht op zee en op het slot van Asos verder. De weg is kronkelig maar vlak en ver in de diepte zien we het beroemde strand van Mirtos, dat tot de top vijf beste stranden in de wereld wordt gerekend!
Hoewel het er bijzonder aantrekkelijk uitziet, besluiten we toch niet af te dalen voor een duik. We weten namelijk dat we daarna ook weer steil omhoog zullen moeten…Wel dalen we flink hard af naar Aghios Efimia, aan de oostkust. Bij de VVV spreken we een tijdje met een bewoonster van het eiland. Zij zegt dat het voor de bewoners in deze tijd van het jaar niet echt prettig wonen is op Kefalonia; veel te veel toeristen! Als we haar vertellen dat wij het op Kefalonia fijner vinden dan op Lefkada kan ze ons bijna niet geloven! We krijgen nog de tip te gaan zwemmen in één van de baaitjes opweg naar Sami, daar is het water helder en zijn niet zo veel mensen.
Bij het eerste strandje dat we tegenkomen gooien we de fietsen tegen een boom en gaan het water in. Het is zo helder dat we zelfs zonder duikbril de vissen langs ons kunnen zien zwemmen! Het is echt een prachtig gezicht, al die kleine gekleurde beestjes om je heen! In Sami kamperen we op de drukke camping aan het strand en kopen we alvast tickets voor de boot naar Patras, de volgende morgen.

Geplaatst door JW & Gu op 13/09/06 om 9:46

Blog entry