Nice – Jausiers
Voor we de nachttrein van Lille naar Nice kunnen pakken, moeten we eerst onze ‘niet ontvangen tickets’ opnieuw kopen en wordt er, zoals gebruikelijk in Frankrijk, een dossier aangelegd om te zorgen dat we één betaling terug zullen krijgen.
Onze trein vertrekt om 21h25 en een klein halfuur vantevoren mogen we er al in. We hebben plaatsen gereserveerd voor onze fietsen en de cabine naast het fietsenhok lijkt bestemd voor de bezitters van de fietsen. Aangezien wij de enigen zijn met fiets, hebben we een 6-persoonscouchette voor ons tweeën!
Rond een uur of elf is iedereen stil en kan er geslapen worden. Eigenlijk liggen de bedden nog best prima en ook het geluid van de trein zelf is acceptabel. Als we in Marseille aankomen zijn we wakker en genieten we van het laatste stuk langs de Middellandse zee. De spoorlijn volgt hier een heel stuk de kustlijn en wij kunnen vanuit ons raam alles prima zien.
Om 11h00 komen we aan in Nice. De lucht is strakblauw, de zon schijnt uitbundig en de temperatuur is stukken beter dan in Nederland. De vakantie kan dus echt beginnen! We tillen de fietsen uit de wagon, halen bij het Office du Tourisme buiten het station een kaartje van de omgeving en gaan op pad.
Vanaf het station van Nice volgen we op goed geluk (en een beetje op het kompas) richting het noorden en de snelweg. Doordat we vaak de weg vragen, komen we uiteindelijk redelijk snel op een rustig weggetje uit richting Aspremont.
Al vanaf meter één mogen we klimmen en bij vlagen is het pittig steil… zeker als we (onbedoeld) een sluiproute nemen over een erg smal maar heel mooi weggetje ![]()
Weer terug op de hoofdweg laten we het zicht op de Middellandse zee definitief achter ons en fietsen we door de Gorges de la Vésubie: een beetje dalen en een beetje stijgen tussen mooie rotsen met hier en daar wat groen. Er is bijna geen verkeer en dus kunnen we heerlijk relaxed de eerste kilometers wegtrappen in een supermooie omgeving.
In de aanloop naar de eerste col van de vakantie fietsen we langs het mooi gelegen Lantosque. Even verderop houden we een rek- en strekpauze.
Als we vijf kilometer later 200 meter hoger staan, komen we tot het besef dat één van ons geen helm meer op z’n hoofd heeft… Dat wordt dus terugfietsen, want gestolen kan’ie echt niet zijn… We dalen dus met een heerlijk vaartje af om vervolgens de helm bij de pauzeplek terug te vinden :-s. Dat is dus 200 hoogtemeters voor niets gefietst…!De weg naar de Col Saint Martin loopt door een steeds smaller wordende kloof. De stijgingspercentages worden groter en in de verte (en hoogte) zien we een brug liggen. We vragen ons af of we er overheen zullen moeten. Een aantal kilometer later blijkt dat we zelfs nog hoger gaan. Eenmaal op de top weten we niet hoe snel we weer moeten afdalen. Er is een heel toeristisch dorp aangelegd compleet met winkels, terrassen, quadverhuur etc. De afdaling maakt echter veel goed: door groene kloven dalen we weer naar ongeveer 500m.
In Isola Begint de klim naar de Cime de la Bonette, volgens de Fransen de hoogste weg van Europa (wat niet klopt…). Verbaasd zijn we als blijkt dat naast de aanlooproute naar de col een fietspad in aanleg is, waarvan grote delen al fietsbaar zijn.
Strak asfalt helemaal voor ons alleen dus!
Vlak voor Saint-Etienne verlaat het fietspad de hoofdweg en mogen we nog even flink op en neer. We moeten afwijken van de strakke groene lijnen van het fietspad om niet uit de bocht te vliegen. De bochten zijn namelijk vrij scherp en het pad ligt aan de ‘verkeerde’ kant van de weg.
De eerste vijf kilometer van de echte klim zijn nog erg gemakkelijk. Vanaf de afslag naar Saint Dalmas wordt het bij vlagen moeilijker. Er komen dan ook de eerste haarspeldbochten. Steeds vragen we ons af waar we verder omhoog zullen gaan. Er zijn hier zoveel bergen en nergens zien we de weg hoog boven ons lopen.
Na een tijdje wijken we van de rivier af. Opeens zijn er veel minder bomen en slingeren steiler dan eerst omhoog. We klimmen en klimmen en komen in een steeds absurder maanlandschap terecht. Dan zien we ver boven ons opeens de top liggen. We moeten dan nog ruim 10 kilometer fietsen…
De laatste kilometers zijn pittiger met lange steile stukken tegen een schuine helling. We fietsen langs een aantal ruïnes waar het gejank van een hond het geheel extra spookachtig maakt. Eenmaal op de ‘col’ wacht ons nog de laatste 900m. naar de Cime de la Bonette, het stukje asfalt dat de Fransen hebben aangelegd om de weg (naar eigen zeggen) de hoogste van Europa te laten worden. Nadat we al 10 kilometer lang tegen de top aan zitten te kijken, is deze laatste kilometer extra zwaar. Door het stijgingspercentage van 15% krijgen we de benen maar met moeite rond. Uiteindelijk bereiken we de top op 2802m. hoogte.
Geplaatst door JW & Gu op 12/09/07 om 23:47